Vergelijkingen


Jahvatab nagu veski = Hij/zij maalt als een molen
(Over iemand die heel veel praat)

Jänes püksis = Een konijn in de broek
(Als iemand bang is)

Kadus nagu tina tuhka = Verdwenen als tin in de as
(Als iemand bang is)

Kadus nagu tina tuhka = Verdwenen als tin in de as

Kadus nagu vits vette = Verdwenen als een roede in het water

Kange nagu juurikas = Koppig als een wortel

Kaval nagu rebane = Slim (geslepen) als een vos

Kädistab nagu harakas = Hij/zij kraait als een ekster
(Over iemand die snel en veel praat)

Laisk nagu porikärbes = Lui als een moddervlieg

Nagu hane selga vesi = Als water op de rug van een gans
(Als iets niet uitmaakt / geen verschil maakt)

Nagu kass ja koer = Als kat en hond

Nagu kass ümber palava pudru = Als een kat om de hete pap
(Iets niet durven zeggen of doen)

Nagu kits kahe heinakuhja vahel = Als een geit tussen twee hooibergen
(Niet kunnen kiezen)

Nagu rist kaelas = Als een kruis om je hals
(Vgl. als een molensteen om je nek)

Nagu orav rattas = Als een eekhoorn in een rad
(In een sleur zitten / elke dag hetzelfde)

Nagu silgud pütis = Als haringen in een ton

Nagu sukk ja saabas = Als kous en laars
(Mensen die altijd samen zijn)

Nagu öö ja päev = Als nacht en dag
(Verschillend zijn)

Nokk kinni, saba lahti = Snavel dicht, staart open
(Soms gaat het ene goed en het andere verkeerd, soms gaat dat andere goed en gaat weer iets anders verkeerd)

Otsi nõela heinakuhjast = Zoek een naald in een hooiberg

Otsi tuult väljal = Zoek de wind in de wei

Pipart sulle keele peale = Peper op je tong
(Zeg niet iets slechts, want dan gebeurt het ook)

Pista pintslisse! = Stop in een kwastje!
(Eet op!)

Sadas nagu oavarrest = Het regent als uit bonenstaken
(Vgl. het regent pijpestelen)

Sai triibulised püksid = Hij/zij kreeg een broek met streepjes
(Een pak slaag krijgen)

See on kukepea! = Dat is een hanenkop!
(Dat is een makkie!)

Segi nagu puder ja kapsad = Gemengd als pap en kool
(Vgl. mengelmoesje)

Säh, sulle kooki moosiga! = Pak, voor jou een gebakje met jam!
(Uitroep als iets niet lukt)

Töökas nagu sipelgas = Hard werken als een mier

Usin nagu mesilane = Nijver als een bij

Vaatas nagu vasikas aia väravat = Hij/zij keek als een kalf naar het hek
(Als iemand een bepaalde mogelijkheid niet ziet)

Vedas ninapidi = Hij/zij trok aan de neus
(Als iemand je fopt)

Vesi sinu veskile = Water in jouw molen
(Vgl. als koren op je molen)

Vesi ahjus = Water in de kachel
(Een specifiek probleem hebben)

Vihma käest räästa alla = Uit de regen naar de drup

Viskas püssi põõsasse = Hij/zij gooide het geweer in de struik
(Vgl. handdoek in de ring gooien)

Võttis jalad selga = Hij/zij pakte de benen op de rug
(Haast hebben)

Värises kui haavaleht = Hij/zij beefde als een espenblad

Ära aja kärbseid pähe! = Stuur geen vliegen naar mijn hoofd!
(Vertel niet zo'n sterke verhalen / onzin)

Ühest kõrvast sisse, teisest välja = Het ene oor in, het andere oor uit