Spreekwoorden
(Vanasõnad)

Deel 1 | Deel 2 | Deel 3

Omad vitsad peksavad = Eigen roeden slaan
(vgl. jezelf in de vingers snijden)

Oma silm on kuningas = Eigen oog is koning
(iets met eigen ogen gezien moeten hebben)

Pada sõimab katelt, ühed mustad mõlemad = De pot verwijt de ketel dat die zwart ziet

Parem karta kui kahetseda = Beter bang zijn dan spijt hebben

Parem pool muna kui tühi koor = Beter een half ei dan een lege dop

Parem varblane peos kui tuvi katusel = Beter een mus in de hand dan een duif op het dak

Suuga teeb suure linna, käega ei kärbse pesagi = Met de mond maakt hij een grote stad, met de handen nog geen vliegennest
(vgl. veel geschreeuw, weinig wol)

Suur tükk ajab suu lõhki = een groot stuk maakt de mond kapot
(te ambitieus zijn, teveel willen)

Sõpru tuntakse hädas = Vrienden ken je in een moeilijkheid
(in moeilijke tijden leer je wie je echte vrienden zijn)

Süües kasvab isu = Tijdens het eten groeit de trek

Targem annab järele = De slimmere geeft op
(de wijste zijn in een ruzie - je mond houden)

Tagantjärele tark = Naderhand slim
(leren van je fouten)

Tasa sõuad, kaugele jõuad = Als je rustig roeit, dan roei je ver

Tee tööd töö ajal, aja juttu jutu ajal = Doe je werk onder werktijd, klets onder kletstijd

Tegijal juhtub mõndagi, magajal ei midagi = De doener gebeurt iets, de slaper gebeurt niets
(vgl. waar gehakt wordt, daar vallen spaanders)

Tänasida toimetusi ära viska homse varna = Hang het werk van vandaag niet aan de kapstok van morgen

Töö kiidab tegijat = Het werk complimenteert de maker
(vgl. eer van je werk hebben)

Tühi kõht on kõige parem kokk = Een lege maag is de beste kok
(vgl. honger maakt rauwe bonen zoet)

Valel on lühikesed jalad = De leugen heeft korte benen
(vgl. als is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt 'm wel)

Õnn ja õnnetus käivad käsikäes = Geluk en ongeluk gaan hand in hand

Õnnetus ei hüüa tulles = Een ongeluk kondigt zich niet aan

Ära hõiska enne õhtut = Juich niet voor de avond

Ühte tundi tuluta, ära iial kuluta = Besteed zelfs niet één uur zonder winst
(besteed al je tijd nuttig)

Ülekohus ei seisa kotis = Onrecht blijft niet in de zak
(het recht zal zegevieren)

Igaühe jaoks on kuskil keegi = Voor iedereen is ergens iemand