Werkwoorden met partieel object


1. Algemeen

Een aantal werkwoorden "verlangt" altijd een zgn. partieel object, dat als lijdend of meewerkend voorwerp fungeert. Meer over het totale en partiële object is te vinden onder het onderwerp Lijdend voorwerp. Dit partiële object staat altijd in de partitivus.

De werkwoorden waar het hier om gaat, zijn onder te verdelen in vier categorieën:
  • werkwoorden die gevoelens uitdrukken
  • werkwoorden die een waarneming behelzen
  • werkwoorden die een doorlopende actie aangeven
  • overige werkwoorden (lastig te categoriseren)

    Hieronder wordt van elke categorie een opsomming gegeven.

    2. Werkwoorden die gevoelens uitdrukken

    armastama = houden van
    austama = eren, respecteren
    imetlama = bewonderen
    kartma = vrezen, bang zijn voor
    kiitma = prijzen
    põlgama = verachten
    tundma = voelen, kennen
    usuldama = vertrouwen hebben in
    vihkama = haten

    Een voorbeeld: Ma armastan sind (Ik hou van jou)

    3. Werkwoorden die een waarneming behelzen

    kuulama = luisteren naar
    kuulma = horen
    maitsma = proeven
    mäletama = zich herinneren
    nautima = genieten van
    nuusutama = ruiken
    nägema = zien
    puudutama = aanraken
    vaatama = kijken

    Een voorbeeld: Ma kuulan sind (Ik luister naar jou)

    3. Werkwoorden die een doorlopende actie aangeven

    aitama = helpen
    juhtima = leiden
    jätkama = doorgaan met, vervolgen
    nõudma = eisen
    ootama = wachten op
    otsima = zoeken
    segama = storen
    takistama = hinderen
    uurima = onderzoeken

    Een voorbeeld: Aita mind! (Help me!)

    Overige werkwoorden

    alustama = beginnen met
    arvestama = overwegen, beschouwen
    kaitsma = verdedigen
    karistama = straffen
    kohtama = ontmoeten
    omama = bezitten
    oskama = kunnen, in staat zijn om
    rääkima = praten
    soovima = wensen
    tervitama = (be)groeten
    tänama = (be)danken
    vajama = nodig hebben
    õpetama = onderwijzen, leren
    õppima = leren, studeren
    ähvardama = bedreigen
    ärritama = irriteren

    Een voorbeeld: Ma tahan kohata sind (Ik wil jou ontmoeten)