Voltooide tijd


1. Voltooid tegenwoordige tijd

De voltooid tegenwoordige tijd wordt gevormd door vervoegingen van het werkwoord olema (in de tegenwoordige tijd) en het -nud voltooid deelwoord.

Voorbeeld:

ma olen lugenud ik heb gelezen
sa oled lugenud jij hebt gelezen
ta on lugenud hij/zij heeft gelezen
me oleme lugenud wij hebben gelezen
te olete lugenud jullie hebben gelezen
nad on lugenud zij hebben gelezen

De ontkenning wordt gevormd door ei ole (of pole) plus het -nud deelwoord, bijvoorbeeld:
ma ei ole lugenud / ma pole lugenud = ik heb niet gelezen
sa ei ole lugenud / sa pole lugenud = jij hebt niet gelezen
etcetera.

1. Voltooid verleden tijd

De voltooid verleden tijd wordt gevormd door vervoegingen van het werkwoord olema (in de verleden tijd) en het -nud voltooid deelwoord.

Voorbeeld:

ma olin lugenud ik had gelezen
sa olid lugenud jij had gelezen
ta oli lugenud hij/zij had gelezen
me olime lugenud wij hadden gelezen
te olite lugenud jullie hadden gelezen
nad olid lugenud zij hadden gelezen

De ontkenning wordt gevormd door ei olnud (of polnud) plus het -nud deelwoord, bijvoorbeeld:
ma ei olnud lugenud / ma polnud lugenud = ik had niet gelezen
sa ei olnud lugenud / sa polnud lugenud = jij had niet gelezen
etcetera.