Vervoeging werkwoorden
(verleden tijd)


1. Algemeen

1.1. De vervoeging van regelmatige werkwoorden in de verleden tijd kan op twee manieren gebeuren. Achter de stam van het werkwoord kunnen de volgende uitgangen worden geplakt:

Uitgang -si-
(zie punt 2)
Uitgang -i-
(zie punt 3)
Mina -sin -in
Sina -sid -id
Tema -s -i
Meie -sime -ime
Teie -site -ite
Nemad -sid -id

1.2. De ontkenning wordt altijd gemaakt middels het woord ei, gevolgd door het -nud deelwoord van het werkwoord. Zie de onderwerpen Voltooide tijd en Deelwoord -nud/-tud voor meer informatie.

1.3. De gebiedende wijs bestaat niet in de verleden tijd.


2. Voorbeeld verleden tijd met -si-

Dit is de regelmatige vorm van de verleden tijd. We nemen als voorbeeld het werkwoord istuma (zitten).

De stam van het werkwoord istuma is: istu-.

Tegenwoordige tijd Betekenis
Mina istusin = Ik zat
Sina istusid = Jij zat
Tema istus = Hij/zij/het zat
Meie istusime = Wij zaten
Teie istusite = jullie zaten / u zat
Nemad istusid = zij zaten



Ontkenning Betekenis
Mina ei istunud = Ik zat niet
Sina ei istunud = Jij zat niet
Tema ei istunud = Hij/zij/het zat niet
etc.

Let op: aangezien de verleden tijd wordt geconstrueerd vanuit de stam van de -ma infinitivus, kan deze flink afwijken van de tegenwoordige tijd. Kijk maar eens naar de volgende voorbeelden:

Infinitivus Vertaling 1e pers. teg. tijd 1e pers. verl. tijd
lugema lezen ma loen ma lugesin
rääkima praten/spreken ma räägin ma rääksin
teadma weten ma tean ma teadsin
tahan willen ma tahan ma tahtsin

Wanneer de stam van het werkwoord eindigt op een medeklinker, dan wordt er in de derde persoon enkelvoud een -i- voor de uitgang (-s) geplaatst, om de uitspraak te vergemakkelijken. Zie onderstaande voorbeelden:

Infinitivus Vertaling 1e pers. verl. tijd 3e pers. verl. tijd
ostma kopen ma ostsin ta ostis
teadma weten ma teadsin ta teadis
sõitma rijden ma sõitsin ta sõitis
laulma zingen ma laulsin ta laulis

Wanneer de stam eindigt op een -t of een -p, dan wordt deze letter verdubbeld voor de uitgang. Zie de voorbeelden:

Infinitivus Vertaling 1e pers. verl. tijd 3e pers. verl. tijd
nutma huilen ma nutsin ta nuttis
tapma doden ma tapsin ta tappis
võtma pakken ma võtsin ta võttis
katma bedekken ma katsin ta kattis

3. Voorbeelden verleden tijd met -i-

Werkwoorden die de uitgang -i- hebben zijn:

Infinitivus Vertaling 1e pers. teg. tijd 1e pers. verl. tijd
olema zijn ma olen ma olin
tulema komen ma tulen ma tulin
tegema doen/maken ma teen ma tegin
nägema zien ma näen ma nägin
surema doodgaan ma suren ma surin
panema zetten ma panen ma panin
pesema wassen ma pesen ma pesin

Bij sommige werkwoorden verandert de stam ook nog, zie onderstaande voorbeelden:

Infinitivus Vertaling 1e pers. teg. tijd 1e pers. verl. tijd
saama krijgen/worden ma saan ma sain
jääma blijven ma jään ma jäin
jooma drinken ma joon ma jõin
sööma eten ma söön ma sõin
tooma brengen ma toon ma tõin
looma creëren ma loon ma lõin
lööma slaan ma löön ma lõin