Vervoeging werkwoorden
(tegenwoordige tijd)


1. Algemeen

1.1. De vervoeging van regelmatige werkwoorden in de tegenwoordige tijd gebeurt door achter de stam van het werkwoord de volgende uitgangen te plakken:

Uitgang
Mina -n
Sina -d
Tema -b
Meie -me
Teie -te
Nemad -vad

1.2. De ontkenning wordt altijd gemaakt middels het woord ei, gevolgd door de stam van het werkwoord.

1.3. De gebiedende wijs wordt gemaakt met de stam van het werkwoord. De meervoudsvorm (ook gebruikt als beleefdheidsvorm) wordt gemaakt door de stam aan te vullen met -ge of -ke. Zie de speciale pagina: Gebiedende wijs.

1.4. De toekomstige tijd bestaat niet in het Estlands. Hiervoor wordt gewoon de tegenwoordige tijd gebruikt, waarbij uit de context moet worden afgeleid of het om de tegenwoordige of toekomende tijd gaat.

1.5. De infinitivus van het werkwoord eindigt op -ma, maar er is ook nog een andere vorm van de infinitivus, zie het onderwerp Infinitivus -ma/-da.


2. Voorbeeld istuma (zitten)

De stam van het werkwoord istuma is: istu-.

Tegenwoordige tijd Betekenis
Mina istun = Ik zit
Sina istud = Jij zit
Tema istub = Hij/zij/het zit
Meie istume = Wij zitten
Teie istute = jullie zitten / u zit
Nemad istuvad = zij zitten



Ontkenning Betekenis
Mina ei istu = Ik zit niet
Sina ei istu = Jij zit niet
Tema ei istu = Hij/zij/het zit niet
etc.



Gebiedende wijs Betekenis
Istu! = Zit!
Istuge! = Zit! (meervoud)
Ära istu! = Zit niet! Ga niet zitten!