Onpersoonlijke vorm


De onpersoonlijke vorm wordt gebruikt als er geen specifiek onderwerp bij het werkwoord hoort. In het nederlands gebruiken we in dit geval de constructie er wordt ... of men ....

1. Tegenwoordige tijd

Deze vorm wordt (in de tegenwoordige tijd) samengesteld door de stam van het -tud deelwoord en de uitgang -takse (of -dakse als het deelwoord eindigt op -dud).

Voorbeelden:

-tud deelwoord onpersoonlijke vorm betekenis
räägitud (gesproken) räägitakse er wordt gesproken / men spreekt
lubatud (toegestaan) lubatakse er wordt toegestaan / men staat toe
kirjutatud (geschreven) kirjutatakse er wordt geschreven / men schrijft
jäädud (gebleven) jäädakse (er wordt gebleven) / men blijft
lauldud (gezongen) lauldakse er wordt gezongen / men zingt

N.B.: Er zijn diverse uitzonderingen, waarbij de uitgang er toch iets anders uitziet, bijvoorbeeld:

-tud deelwoord onpersoonlijke vorm betekenis
oldud (geweest) ollakse er wordt / men is
tuldud (gekomen) tullakse (er wordt gekomen) / men komt
mindud (gegaan) minnakse (er wordt gegaan) / men gaat
pandud (gezet) pannakse er wordt gezet / men zet
surdud (doodgegaan) surrakse er wordt doodgegaan / men gaat dood
--- --- ---
toodud (gebracht) tuuakse er wordt gebracht/ men brengt
loodud (gecrëeerd) luuakse er wordt gecrëeerd / men crëeert
joodud (gedronken) juuakse er wordt gedronken / men drinkt
söödud (gegeten) suuakse er wordt gegeten / men eet
--- --- ---
tehtud (gedaan) tehakse er wordt gedaan / men doet
nähtud (gezien) nähakse er wordt gezien / men ziet

2. Ontkenning in tegenwoordige tijd

De ontkenning in de tegenwoordige tijd wordt door het woord ei en de onpersoonlijke vorm zonder de -kse uitgang.

Voorbeelden:

onpers. vorm ontkenning betekenis
räägitakse ei räägita er wordt niet gesproken / men spreekt niet
lubatakse ei lubata er wordt niet toegestaan / men staat niet toe
kirjutatakse ei kirjutata er wordt niet geschreven / men schrijft niet
jäädakse ei jääda (er wordt niet gebleven) / men blijft niet
lauldakse ei laulda er wordt niet gezongen / men zingt niet

De uitzonderingen, zoals onder punt 1, zijn hier niet van toepassing.

3. Verleden tijd

De onpersoonlijke vorm in de verleden tijd wordt samengesteld door de stam van het -tud deelwoord en de uitgang -ti (of -di als het deelwoord eindigt op -dud).

Voorbeelden:

-tud deelwoord onpersoonlijke vorm betekenis
räägitud (gesproken) räägiti er werd gesproken / men sprak
lubatud (toegestaan) lubati er werd toegestaan / men stond toe
kirjutatud (geschreven) kirjutati er werd geschreven / men schreef
jäädud (gebleven) jäädi (er werd gebleven) / men bleef
lauldud (gezongen) lauldi er werd gezongen / men zong

4. Ontkenning in verleden tijd

De ontkenning in de verleden tijd wordt door het woord ei en het -tud deelwoord.

Voorbeelden:

-tud deelwoord ontkenning betekenis
räägitud ei räägitud er werd niet gesproken / men sprak niet
lubatud ei lubatud er werd niet toegestaan / men stond niet toe
kirjutatud ei kirjutatud er werd niet geschreven / men schreef niet
jäädud ei jäädud (er werd niet gebleven) / men bleef niet
lauldud ei lauldud er werd niet gezongen / men zong niet