Bijwoorden met een naamvalsuitgang


1. Bijwoorden in de ablatieve vorm van bijvoeglijke naamwoorden

Enkele voorbeelden van bijwoorden die de ablatieve vorm van bijvoeglijke naamwoorden aannemen zijn:

Bijvoeglijk nmwrd. Bijwoord
droevig/verdrietig = kurb kurvalt
serieus = tõsine tõsiselt
snel = kiire kiirelt

2. Bijwoorden met "locatieve naamvallen"

Er zijn ook bijwoorden die een plaats of richting aangeven, middels zogenaamde "locatieve" naamvaluitgangen. Soms zijn ze afgeleid van andere bijwoorden of "achterzetsels". Zij geven antwoord op vragen resp. waarnaartoe?, waar? en waarvandaan?.Voorbeelden hiervan zijn:

kuhu? (waarnaartoe?) kus? (waar?) kust? (waarvandaan?)
kuskile (ergens naartoe) kuskil (ergens) kuskilt (ergens vandaan)
kaugele (naar ver weg) kaugel (ver weg) kaugelt (van ver weg)
lähedale (naar dichtbij) lähendal (dichtbij) lähendalt (van dichtbij)
üles (naar boven) ül(ev)al (boven) ül(ev)alt (van boven)
taha (naar achter) taga (achter) tagant (van achter)
sisse (naar binnen) sees (binnen) seest (van binnen)
ette (naar voren) ees (voor) eest (van voren)
sinna (daarnaartoe) seal (daar) sealt (vandaar)
siia (hiernaartoe) siin (hier) siit (hiervandaan)

3. Bijwoorden met overige naamvaluitgangen

Tenslotte zijn er nog bijwoorden die allerlei naamvaluitgangen hebben. Voorbeelden hiervan zijn:

(uit)eindelijk = lõpuks
namelijk = nimelt
nauwelijks = vaevalt
opzettelijk = meelega
slechts = ainult
te laat = hiljaks
tenslotte = viimaks
toevallig = kogemata
voldoende = küllalt
waarom? = milleks? (miks?)
wanneer? = millal?