Translativus


Overzicht naamvallen

1. Algemeen

De translativus wordt gebruikt om aan te geven wat iets of iemand wordt. Vaak is dit van toepassing op bijvoeglijke naamwoorden (zie het onderwerp Translativus bij bijvoeglijke naamwoorden). Bij een zelfstandig naamwoord geeft het aan dat de identiteit of toestand daarvan verandert (veranderd is).

De translativus wordt gevormd door de genitieve naamval aan te vullen met de uitgang -ks. Enkele voorbeelden:

Enkelvoud
nom.gen.-ksbetekenis
õpetajaõpetajaõpetajaksword(t) onderwijzer
meesmehemeheksword(t) man/echtgenoot
nainenaisenaiseksword(t) vrouw/echtgenote
filmitähtfilmitähefilmitäheksword(t) filmster

Meervoud
nom.gen.-ksbetekenis
õpetajadõpetajadeõpetajadeksworden onderwijzers
mehedmehedemehedeksworden mannen/echtgenoten
naisednaisedenaisedeksworden vrouwen/echtgenoten
filmitähedfilmitähedefilmitäheksworden filmsterren

Gebruik in een zin:
Mu vend tahab saada õpetajaks = Mijn broer wil onderwijzer worden
See noor tüdruk tahab saada filmitäheks = Dat jonge meisje wil filmster worden

2. Andere toepassingen van de translativus

2.1 In combinatie met bepaalde werkwoorden

In combinatie met de werkwoorden tegema ("maken"), olema ("zijn") en lugema of pidama in de betekenis van "beschouwen als", wordt de translativus (veelal als bijvoeglijk naamwoord, overigens) als volgt gebruikt:

See teeb mind õnnelikuks = Dat maakt mij gelukkig
Ta peab (loeb) mind rumulaks = Hij beschouwt me als dom
Sa oled meie eeskujuks = Jij bent ons voorbeeld/rolmodel
Tütar oli emale abiks = De dochter was een hulp voor de moeder

2.2 Om een doel van de actie van een werkwoord aan te geven

Meil on sõiduks raha vaja = We hebben geld nodig voor de reis
Vastuseks teie kirjale teatan ... = In antwoord op uw schrijven informeer ik u ...
Poeg sai isalt kingituseks ilusa raamatu = De zoon kreeg een mooi boek als kado van zijn vader

2.3 Om de tijd aan te geven gedurende/door wat iets gebeurt

Hier geeft de translativus antwoord op de vraag kui kauaks ("voor hoe lang") en mis ajaks ("wanneer/rond welke tijd").

Kui kauaks sa siia jääd? = (Voor) hoe lang blijf je hier?
Ma jään üheks nädalaks = Ik blijf (voor) één week
Maja saab valmis kevadeks = Het huis zal klaar zijn rond/tegen de lente
Isa lubas tulla õhtuks koju = Vader beloofde rond/tegen de avond thuis te komen

2.4 Om de volgorde waarin iets gebeurt aan te geven

Ta tuli (jooksus) esimeseks = Hij/zij kwam als eerste (aangerend)
Ma jäin viimaseks = Ik kwam binnen als laatste
Esiteks, teiseks, kolmandeks = Ten eerste, ten tweede, ten derde

3. Uitdrukkingen met de translativus

De translativus wordt gebruikt in veel uitdrukkingen in combinatie met een werkwoord.
Enkele voorbeelden:

andeks paluma = vergeving vragen
andeks andma = vergeving schenken
hiljaks jääma = te laat zijn/komen
kindlaks tegema = ergens voor zorgen dat
paremaks pidama = de voorkeur geven aan/prefereren
puhtaks pesema = schoon maken/wassen
mustaks tegema = vies maken
valgeks värvima = wit verven/witten
heaks kiitma = goedkeuren