Overige naamvallen


Overzicht naamvallen

1. Terminativus (-ni)

De terminativus wordt gebruikt om de tijd of plaats aan te geven tot wanneer/waar een actie loopt, en wordt gevormd door de genitivus aan te vullen met de uitgang -ni.

Enkelvoud
nom.gen.-nibetekenis
linnlinnalinnanitot (aan) de stad
lõpplõpulõpunitot (aan) het einde
kaelkaelakaelanitot (aan) de nek
suvisuvesuvenitot (aan) de zomer
õhtuõhtuõhtunitot (aan) de avond

De terminativus wordt vaak gebruikt in combinatie met het voorzetsel kuni dat ook "tot" betekent.

2. Essivus (-na)

De essivus geeft aan in welke hoedanigheid iets of iemand een actie uitvoert, en wordt gevormd door de genitivus aan te vullen met de uitgang -na.

Enkelvoud
nom.gen.-nabetekenis
inimeneinimeseinimesenaals een mens/persoon
lapslapselapsenaals een kind
turistturistituristinaals een toerist
arstarstiarstinaals een dokter

N.B.: Deze naamval wordt niet gebruikt in constructies als "hetzelfde als" of "even groot als" (vergelijkingen). Enkele voorbeelden:

Mu vend töötab arstina = Mijn broer werkt als dokter
Lapsena oli ta väga ilus = Als kind was hij/zij heel mooi