Naamvallen na
bijvoeglijke naamwoorden


kade = jaloers (op)
vb. Miks sa mulle kade oled? = Waarom ben je jaloers op mij?
kasulik = nuttig (voor)
vb. Võimlemine on tervisele kasulik = Oefening is nuttig voor de gezondheid
kindel = zeker (van)
vb. Ta on oma võidus kindel = Hij is zeker van zijn overwinning
pahane = boos, kwaad (op, vanwege)
vb. Ära ole mulle selle pärast pahane = Wees/ben niet boos op mij vanwege dat
rõõmus = blij (met)
vb. Ma olen rõõmus kingituse üle = Ik ben blij met het kado
sarnane = gelijk (aan)
vb. Ta on emaga sarnane = Zij is gelijk aan (= lijkt op) de moeder
teadlik = bewust (van)
vb. Ma ei olnud sellest teadlik = Ik was me niet bewust van dat (= daarvan)
tänulik = dankbaar (voor)
vb. Me oleme sulle väga tänulikud abi eest = Wij zijn jou erg dankbaar voor de hulp
vihane = boos (op)
vb. Ära ole mulle vihane = Wees/ben niet boos op mij