Infinitivus -ma / -da


1. Algemeen

In het Estlands bestaan twee vormen van de infinitivus:
  • eindigend op -ma
  • eindigend op -da/-ta/-a

    Het is niet gemakkelijk uit te leggen wanneer je in een zin precies welke vorm moet gebruiken, maar in onderstaande paragrafen wordt een poging gedaan.

    2. Infinitivus eindigend op -ma

    In het woordenboek wordt bij de vertaling van een werkwoord altijd de infinitivus eindigend op -ma weergegeven, maar er wordt ook altijd aangegeven hoe de andere (eventueel onregelmatige) vorm eruit ziet.
    In zinnen gebruik je de -ma vorm in de volgende gevallen:

    a) in combinatie met werkwoorden die een beweging inhouden

    Het gaat om werkwoorden zoals minema (gaan), tulema (komen), jooksma (rennen), sõitma (rijden), istuma (gaan zitten), panema (zetten).

    Voorbeelden:
    Ma lähen jalutama = Ik ga wandelen
    Ta jookseb vaatama, mis seal juhtub = Hij rent om te kijken wat daar gebeurt
    Me istume laulma = We gaan zitten om te zingen
    Nad tulevad vaatama = Zij komen kijken

    b) in combinatie met specifieke werkwoorden

    Het gaat hier om werkwoorden zoals hakkama (beginnen), juhtuma (gebeuren), jätma (achterlaten), jääma (blijven), kutsuma (uitnodigen), kõlbama (geschikt zijn), pidama (moeten), sundima (noodzaken), õpetama (onderwijzen), õppima (leren).

    Voorbeelden:
    Ma hakkan kohe töötama = Ik begin meteen te werken
    Ta kutsub lapsed sööma = Hij nodigt de kinderen uit om te eten
    Sa pead siia tulema = Jij moet hier komen
    Ma õpin joonistama = Ik leer tekenen

    c) in combinatie met specifieke bijvoeglijke naamwoorden/deelwoorden

    Het gaat hier om woorden zoals harjunud (gewend), osav (in staat), valmis (klaar), sunnitud (genoodzaakt).

    Voorbeelden:
    Ma olen valmis aitama = Ik ben klaar om te helpen
    Me oleme harjunud siin elama = We zijn gewend om hier te wonen/leven
    Sa oled osav töötama = Jij bent in staat om te werken
    Ma olen sunnitud jääma = Ik ben genoodzaakt te blijven


    3. Infinitivus eindigend op -da/-ta/-a

    In het woordenboek staat bij een werkwoord altijd aangegeven hoe de (eventueel onregelmatige vorm van) deze infinitivus eruit ziet.

    In zinnen gebruik je de -da/-ta/-a vorm in de volgende gevallen:

    a) in combinatie met werkwoorden die een wens, intentie, mogelijkheid e.d. aanduiden

    Het betreft hier een hele reeks werkwoorden, waaronder aitama (helpen), kavatsema (plannen), laskma (laten), lootma (hopen), lubama (toestaan), mõtlema (denken), nägema (zien), oskama (kunnen), otsustama (besluiten), paluma (verzoeken), proovima (proberen), soovima (wensen), tahtma (willen), teadma (weten).

    Voorbeelden:
    Ma tahan lõpetada = Ik wil stoppen
    Me proovime jääda siia = We proberen hier te blijven
    Ta loodab homme tulla = Hij hoopt morgen te komen
    Sa oskad kohe minna = Jij kunt meteen gaan

    b) in combinatie met werkwoorden die een gevoel/emotie uitdrukken

    Het gaat hier om werkwoorden zoals armastama (houden van), julgema (durven), kartma (bang zijn), meeldima (leuk vinden).

    Voorbeelden:
    Ma armastan jalutada = Ik houd van wandelen
    Meile meeldib siin elada = We vinden het leuk om hier te wonen/leven
    Ta julgeb mitte midagi teha = Hij durft niets te doen
    Ma kardan tulla = Ik ben bang om te komen

    c) in combinatie met "onpersoonlijke uitdrukkingen"

    Het gaat hier om uitdrukkingen zoals on aeg (het is tijd), on raske (het is moeilijk), on tarvis (het is nodig), saab (het is mogelijk), tohib (het is toegestaan).

    Voorbeelden:
    Nüüd on aeg tõusta = Nu is het tijd om op te staan
    On raske leida paremat kohta = Het is moeilijk een betere plek te vinden
    Seda pole tarvis teha = Dat is niet nodig te doen
    Tõde on valus kuulda = De waarheid is pijnlijk om te horen

    d) in combinatie met het voegwoord et

    Het voegwoord kan naast dat ook om betekenen. Dat laatste in combinatie met een werkwoord dat dan in de -da/-ta/-a vorm moet staan.

    Voorbeelden:
    Ma sõidan maale, et puhata = Ik rijd naar het platteland om te rusten
    Ma jään siia, et vaadata = Ik blijf hier om te kijken

    e) wanneer de infinitivus als onderwerp in een zin wordt gebruikt

    Voorbeelden:
    Eksida on inimlik = Vergissen is menselijk
    Mul on lust laulda = Ik heb zin om te zingen