Gebruik partitivus


De belangrijkste situaties waarin de partitivus wordt gebruikt, worden in de volgende paragrafen behandeld.

1. Na een getal

Behalve na het getal üks (één) wordt na een getal altijd de partitivus enkelvoud (nooit meervoud!) gebruikt. Voorbeelden:

Selles ruumis on kümme inimest = In deze kamer zijn tien mensen
Tuhat üks ööd = Duizend en één nacht

Ook voor partiële en andere aanduidingen wordt de partitivus gebruikt:
Pool päeva = Een halve dag
Paar krooni = Een paar kronen
Mitu venda sul on? = Hoeveel broers heb je?

2. Na een hoeveelheidsaanduiding

De partitivus wordt ook gebruikt in combinatie met woorden die een hoeveelheid, gewicht, maat van iets aangeven. In het engels wordt hier vaak de constructie met of gebruikt (bijvoorbeeld: a piece of bread, a glass of wine). Voorbeelden:

Mul on palju tööd = Ik heb veel werk
Tal on vähe aega = Hij heeft weinig tijd
Tükk leiba = Een stuk brood
Tilk vett = Een druppel water
Klaas piima = Een glas melk
Tass kohvi = Een kop koffie
Tuba oli suitsu täis = De kamer was vol rook
Karp šokolaadi = Een doos chocolade
Rohkem valgust palun! = Meer licht alstublieft!

N.B. In bovenstaande gevallen gaat het steeds om een aanduiding in het enkelvoud (in de Nederlandse vertaling is ook steeds het enkelvoud gebruikt - meestal bestaan deze woorden niet in het meervoud). In het geval dat het wel om een aanduiding in het meervoud gaat, moet ook de partitivus meervoud worden gebruikt. Zie onderstaand voorbeeld:
Mul on palju lapsi = Ik heb veel kinderen

3. Als deelobject

Dit wordt al behandeld onder Lijdend voorwerp. Nog een paar voorbeelden:

Poiss sööb leiba = De jongen eet (wat) brood
Õpilane loeb raamatut = De student leest (is bezig met het lezen van) een boek

4. Als deelsubject

Ook hier gaat het om een deel van iets, zie onderstaand voorbeeld:

Leiba (part.) on laual = Er ligt (wat) brood op tafel
Leib (nom.) on laual = Een (heel) brood ligt op tafel

Maar ook enkele andere gevallen kunnen genoemd worden:

Kus on suitsu, seal on tuld = Waar rook is, is vuur
Ninast jookseb verd = Er komt (wat) bloed uit de neus
Lund sajab = Het sneeuwt (lett. er valt wat sneeuw)
Vihma sajab = Het regent (lett. er valt wat regen)

5. Als groep-/typeaanduiding

Enkele voorbeelden hiervan:

Mis värvi on see müts? = Welke kleur heeft die muts? (lett. van welke kleur is die muts?)
Müts on punnast värvi = De muts is rood (lett. de muts is van een rode kleur)
See on esimest sorti = Dat is van de beste (lett. eerste) soort
Mu sõber on pikka kasvu = Mijn vriend is lang (lett. van een lange groei)

6. Na bepaalde voorzetsels

In de volgende voorbeelden worden voorzetsels gevolgd door de partitivus:

Alla mägi = Van de heuvel af
Enne lõunat = Voor de middag
Kesk (keset) tänavat = Midden op straat
Mööda teed = Onderweg (lett. met de weg mee)
Pärast sööki = Na het eten
Vastu voolu = Tegen de stroom