Afgeleide werkwoorden


Sommmige werkwoorden lijken heel erg op elkaar. Erg verwarrend als je de taal probeert te leren, maar het duidt over het algemeen wel aan dat de betekenissen ook gerelateerd zijn. Zo kan de ene vorm het werkwoord de "actieve" betekenis hebben, en de andere de "passieve". Onderstaande voorbeelden zullen het allemaal wel weer enigszins verduidelijken, hoop ik.

1. Tussenvoegsel -ta- (-da-)

De werkwoordsvorm zonder dit tussenvoegsel heeft betrekking op het onderwerp zelf, terwijl de vorm met het tussenvoegsel betrekking heeft op een (ander) object. Kijk maar eens naar de voorbeelden.
ma ripun ik hang (zelf) ma riputan ik hang (iets)
ma liigun ik beweeg (zelf) ma liigutan ik beweeg (iets)
ma ärkan ik ontwaak (zelf) ma äratan ik maak (iemand) wakker
ma kaon ik verdwijn ma kaotan ik verlies (iets)
ma arenen ik ontwikkel (mezelf) ma arendan ik ontwikkel (iets)

2. Tussenvoegsel -u-

Het toevoegen van dit tussenvoegsel geeft aan dat dit werkwoord "reflexief" wordt, oftewel dat de actie terugverwijst naar het onderwerp. De voorbeelden maken het wel weer duidelijk.
muutma (iets) veranderen muutuma (zichzelf) veranderen
kordama (iets) herhalen korduma herhaald worden
viskama (iets) gooien viskuma (zichzelf) gooien
ärritama irriteren ärrituma geïrriteerd worden
valmistama (iets) voorbereiden valmistuma (zichzelf) voorbereiden

3. Tussenvoegsel -ne-

Dit soort werkwoorden zijn vaak afgeleid van een zelfstandig naamwoord of een bijvoeglijk naamwoord. Ze geven een bepaalde "toestandsverandering" aan. Zie de voorbeelden.
kodus thuis kodunema zich aanpassen, thuis voelen
järg volgorde järgnema volgen
suur groot suurnema groter worden
pikk lang pikenema langer worden

4. Tussenvoegsel -ata-

Dit tussenvoegsel geeft aan dat er sprake is van iets "plotselings".
seisma staan seisatama (plotseling) stilstaan
karjuma roepen karjatama (plotseling) uitschreeuwen